Waar één fout het hele schip kan doen zinken.
Tot nu toe voer onze bit door kabels, switches en routers. Maar nu komen we in een andere realiteit terecht: de wereld van servers, domeinen en redundantie — de wereld waar één fout niet alleen een bit doet stranden, maar een hele organisatie kan stilleggen.
In deze module bouwen we niet zomaar een netwerk. We bouwen een digitale infrastructuur die blijft draaien, zelfs wanneer onderdelen falen. Want in de echte IT-wereld is betrouwbaarheid geen luxe, maar een absolute noodzaak.
De ruggengraat van een betrouwbaar netwerk
We beginnen bij de basis: SERVER A, uitgerust met twee netwerkkaarten. Niet omdat dat “stoer” klinkt, maar omdat een echte server meerdere routes nodig heeft om te blijven functioneren wanneer één verbinding faalt.
Daarna zetten we een cruciale stap: we promoveren SERVER A tot Domain Controller (DC) — het hart van het netwerk, de kapitein van de vloot. Hier worden gebruikers beheerd, wachtwoorden gecontroleerd en toegangsrechten bewaakt.
Maar een kapitein zonder vervanger is een risico. Daarom bouwen we SERVER B, die via replicatie een exacte kopie wordt van SERVER A. Als één server zinkt, neemt de andere het over. Dat is redundantie. Dat is bedrijfszekerheid. Dat is professioneel netwerkbeheer.
De diensten die alles draaiende houden
Op SERVER A installeren we:
- DHCP – de havenmeester die adressen uitdeelt
- DNS – de kaartenmaker die namen omzet naar routes
- Active Directory (AD) – het register van alle bemanningsleden, hun rollen en hun rechten
Deze drie diensten vormen samen het fundament van elk modern bedrijfsnetwerk.
De bemanning aan boord brengen
Nu leren we hoe een Windows‑client zich aanmeldt op het domein. Niet langer als een los eiland, maar als onderdeel van een vloot. De gebruiker krijgt:
- een centraal beheerd profiel
- rechten die overal gelden
- toegang tot gedeelde bronnen
- beveiliging die niet meer van één toestel afhangt
Dit is het moment waarop leerlingen voelen: “Aha, dit is hoe bedrijven écht werken.”
Rollen toewijzen: het schip wordt volwassen
Tot slot wijzen we extra rollen toe aan SERVER A. Elke rol is een taak, een verantwoordelijkheid, een stukje van de infrastructuur dat moet blijven draaien — ook wanneer er iets misgaat.
Hier leren leerlingen:
- hoe je een server uitbreidt
- hoe je diensten veilig configureert
- hoe je fouten opspoort
- hoe je een netwerk herstelt wanneer het faalt
Dit is geen theorie meer. Dit is echte IT.
Waarom dit in module 4 thuishoort
Want wat gebeurt er als:
- DHCP uitvalt?
- DNS corrupt raakt?
- de Domain Controller crasht?
- een replicatie stopt?
- een client geen domein meer vindt?
Dan valt het hele netwerk stil. Dan verliezen bedrijven geld, data en vertrouwen. En dan moet jij — de toekomstige APDA’er — weten hoe je het schip weer vlot trekt.
Module 4 leert je niet alleen wat er mis kan gaan. Het leert je vooral hoe je voorkomt dat één fout een ramp wordt.